Bericht

Remi, referentiebudgetten en financiële steun van het OCMW : bondgenoten in de armoedestrijd!

In de ontwikkeling en de praktijk van REMI en de referentiebudgetten mag het gebruikersperspectief niet ontbreken. Adviezen van mensen in armoede maken armoedebeleid efficiënter en breed gedragen.

De rode draad in het politieke werk van BAPN is het menswaardig inkomen. De referentiebudgetten, de Remi-tool en binnenkort ook de afgeleide tool voor de schuldhulpverlening zijn de gedroomde bondgenoten, zo lang ze op een correcte manier worden ingezet om de armoede en niet de armen te bestrijden. In vier kernboodschappen brengen mensen in armoede hun bekommernissen en aanbevelingen rond de Remi-tool naar voren :

Boodschap 1
Een menswaardig inkomen ligt boven de armoedegrens

‘Een Remi-toelage mag geen schaamlapje zijn voor structureel sociaal beleid en sterk sociaal werk. Het moet meer opleveren dan een pleister op een vuile wonde, die niet geneest en verder blijft ontsteken. Wanneer men mij een reddingsboei toewerpt met een kleine, tijdelijke financiële hulp, zal ik misschien niet verdrinken, maar blijf ik wel in het water dobberen, samen met vele anderen.’

Het BAPN-uitgangspunt blijft dat sociale uitkeringen steeds boven de Europese armoedegrens moeten liggen. Aanvullende steun is een misleidend begrip, want het houdt het systeem in stand dat toelaat dat mensen onder die absolute ondergrens zitten en in sommige gevallen en onder welbepaalde voorwaarden een ‘aanvulling kunnen verdienen’. Financiële hulp, berekend volgens de referentie-budgetten, zal pas echte impact hebben en tot meer menswaardigheid leiden, als dit bovenop het absolute minimum van de Europese armoedegrens wordt uitgekeerd.

Via te lage uitkeringen, zowel in de sociale zekerheid als in de bijstand, schuift de federale overheid de armoedefactuur én de caseload door naar het lokaal bestuur. De uitholling van de werkloosheids- en ziekte-uitkeringen, pensioenen en inkomensgarantie voor ouderen doen hier een grote schep bovenop.

En als onderzoek aantoont dat 1 op 3 van de mensen met een Remi-aanvulling aan het werk zijn, dan is het duidelijk dat de mensonwaardige lonen moeten bestreden worden.

En alsof dit nog niet erg genoeg is, knaagt de federale overheid met grote happen aan het bot van de OCMW-hulp : doorgeschoten focus op sociale fraude en controle, ontzeggen van bijstand aan nieuwkomers, sanctioneren van OCMW’s die niet blind activeren, afbouwen van de fondsen voor sociale en culturele participatie, …. Het zijn slechts enkele voorbeelden die de sociale bescherming doen verworden tot noodhulp voor de ‘deserving poor’.

Boodschap 2 Zet de Remi-tool in als een diagnose-instrument en rechtenverkenner met signaalfunctie

‘Regels en wetten om armoede te bestrijden, zijn vaak gebaseerd op een fout beeld, op verkeerde veronderstellingen. Mensen in armoede worden in een hoekje geduwd, in de schaduw. Daardoor worden wij door het beleid nog minder gezien. En omdat we onzichtbaar zijn, worden onze problemen niet aangepakt.
Ik geloof wel dat Remi daar verandering in kan brengen door de armoede zichtbaar te maken, door de pijnpunten bloot te leggen en daar niet snel een goedkope pleister op te plakken.
Ik wil ‘samen’ met mijn maatschappelijk werker oplossingen vinden en antwoorden op mijn vragen:

  • Wat is voor mij menselijke waardigheid? Wat heb ik hierbij nodig?
  • Wat zijn mijn financiële rechten en hoe kan ik die uitputten?
  • Wat is de invloed van mijn woonsituatie op mijn leven en dat van mijn gezin? Kan ik mijn woonsituatie verbeteren?
  • Hoe kan ik waardig werk bekomen, ondanks mijn handicap?
  • Wat ligt er aan de basis van mijn gezondheidsuitstel? Hoe kan ik mijn ziekenhuisrekening betalen?
  • Hoe geraak ik uit de vicieuze schuldencirkel?

Remi moet de rechten van mensen in armoede zichtbaar en bespreekbaar maken. Remi moet in de hulpverlening ingezet worden als een diagnose-instrument dat de noden bloot legt, onderliggende problematieken ontrafelt en aangeeft waar sociale rechten geschonden of niet uitgeput worden, zowel in individuele situaties als op het brede beleidsniveau. Pas als de oorzaken van armoede worden blootgelegd en de non-take up wordt bestreden, kan men ten gronde tot oplossingen komen.

Boodschap 3 Faciliteer participatie zowel in de individuele hulpverlening als beleidsmatig, want de mensen met de hoogste noden worden het minst gehoord.

‘Bij het berekenen en besteden van aanvullende steun, ligt er veel macht bij de OCMW’s en de lokale politici. De lokale regels zijn te weinig gebaseerd op de noden en de leefwereld van kwetsbare mensen. Het is moeilijk om in een beslissing te geloven, als die boven je hoofd is genomen.
Zij beslissen rond jouw spaargeld, mag je nog een deeltje opzij houden of moet je het eerst opleven?
Voor mensen in armoede is spaargeld iets heel belangrijk, een klein potje geld is een stuk bescherming en houvast in een bestaan vol stress en chaos. Dankzij een spaarpotje kan mijn kind later laten studeren, kan ik misschien verhuizen naar een betere woning en een huurwaarborg betalen. Dankzij een spaarpotje kan ik zelf onverwachte dingen opvangen, het zorgt ervoor dat ik niet voortdurend naar mijn maatschappelijk assistent moet lopen, die mij op den duur ziet als een klager en een profiteur.

Ik heb een spaarpotje met verzekeringsgeld na een zwaar verkeersongeval. Dat wil ik echt laten staan om in de toekomst mijn gezondheidskosten te kunnen blijven betalen, maar ondertussen word ik daar wel op gesanctioneerd omdat mijn inkomen in hun ogen niet laag genoeg is.

Zij beslissen erover of mijn schulden meegeteld worden als onkosten en wat menswaardig leefgeld is bij mensen in budgetbeheer en collectieve schuldenregeling.
Zij beslissen erover dat ik bewijsstukken of offertes moet binnenleveren, terwijl ze zelf deze informatie kunnen bekomen. Door mij altijd op pad te sturen naar bewijzen, tonen ze hun wantrouwen en voel ik mij schuldig dat ik iets kom vragen. Ze stellen ook pijnlijke vragen, die mij heel klein maken.
Zij beslissen wat mensen met hun aanvullende steun wel en niet mogen doen, soms moeten zij nog eens komen bewijzen waaraan ze hun centen besteed hebben. Of ze beslissen zelf waar mensen hun aankopen moeten doen.

Het is belangrijk dat een Remi onderzoek transparant en in overleg met de OCMW-gebruiker verloopt. Dat veronderstelt dat er geïnvesteerd wordt in de sociale diensten en dat maatschappelijk werkers de ruimte en het mandaat krijgen om met hun cliënten te werken aan een sterke hulpverleningsrelatie.

De administratieve rompslomp van het bewijzen van uitgavenposten, is vermijdbaar door een slimmer gebruik van de Remi-tool en een hoger vertrouwen in de korven waarrond de referentie-budgetten door experten en mensen in armoede zijn opgebouwd.

Zorg voor begrijpbare informatie over de gehanteerde werkwijze, zodat mensen hun eigen traject kunnen volgen.

Beslissingen moeten duidelijk gemotiveerd worden, zodat men begrijpt waarom men geweigerd wordt of een lager bedrag krijgt.

Mensen moeten respectvol gehoord kunnen worden in hun verweer. De arbeidsrechtbank is een grote drempel, daarom pleiten we voor een ombudsfunctie op maat van de OCMW-gebruiker.

Mensen in armoede moeten kunnen participeren in het vastleggen van de lokale handelingskaders, zodanig dat zelfbeschikking, autonomie en privacy gegarandeerd wordt bij het vastleggen van de regels rond schulden, spaargeld, besteding van de aanvullende steun, etc ….

Ook in de ontwikkeling van het bovenlokale kader, aangekondigd in het federale en Vlaamse regeerakkoord, moeten mensen in armoede kunnen participeren vanuit gelijkwaardigheid.

Het BAPN en de mensen in armoede die deel uitmaken van de GPS-groep bieden alvast hun medewerking aan bij projecten en lerende netwerken die het Remi-verhaal verder willen schrijven vanuit het gebruikersperspectief.

Boodschap 4 Refentie-budgetten en Remi als blikopener voor betere armoedebestrijding

Ik heb een goede relatie met mijn maatschappelijk werker en mijn OCMW. Ik begrijp de beslissingen die ze nemen in mijn dossier en ik krijg de nodige ruimte om zelf aan het woord te komen.
Door Remi is er op mijn OCMW een debat gekomen over de regels, ze proberen om het Remi-verhaal zelf vorm te geven en de mensen hierin ook te betrekken. Om financiële redenen, moeten ze wel grenzen trekken en kunnen ze niet iedereen voldoende ondersteuning geven.

In 2024 werd in opdracht van de POD maatschappelijke integratie het gebruik van de REMI-tool in de OCMW’s geëvalueerd. Hierin komen niet enkel pijnpunten naar boven. Zo blijkt bijvoorbeeld dat Remi zorgt voor een positieve impuls tot verandering bij de OCMW’s en het herdenken van het lokale steunbeleid. De instap in Remi ging in sommige OCMW’s gepaard met het oprichten van werkgroepen met maatschappelijk werkers, betere informatie aan de inwoners en info-sessies voor de leden van Bijzonder Comité. Een ander resultaat is dat het gebruik van Remi leidt tot meer duurzame, recurrente financiële hulp in plaats van ad-hoc en éénmalige steunverlening.

Vast staat dat de referentiebudgetten de discussie versterken rond het vraagstuk van menswaardig inkomen en een solide basis bieden aan beleidsmakers, OCMW-medewerkers, studentenvoorzieningen, schuldbemiddelaars, rechters om nattevingerwerk en een persoonlijk gekleurde invulling te verlaten en zich te bedienen van wetenschappelijke kaders, vastgelegd door experten en mensen in armoede.

Voor het BAPN en onze mensen in armoede zijn Remi en binnenkort ook de afgeleide tool voor de schuldbemiddeling dan ook belangrijke bondgenoten in de armoedebestrijding.

Het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding is het samenwerkingsverband van de armoedenetwerken en hun aangesloten verenigingen die de stem van mensen in armoede uit Brussel, Vlaanderen en Wallonië vertegenwoordigen. Wat wij van mekaar leren, over de regio’s heen, maken wij tot een gezamenlijk pleidooi over onder meer:

  • minimumuitkeringen en -lonen boven de armoedegrens
  • een sterke federale sociale zekerheid met het vangnet van de sociale bijstand
  • en tegen de excessen van de schuldindustrie.

Als lid van het European Anti-poverty Network (EAPN) zijn we samen met de andere nationale netwerken uit de EU pleitbezorger van een daadkrachtige Europese armoedestrategie en volgen we met argusogen het debat rond Minimum Inkomen op Europees niveau.

Met dank aan Saskia Jacobs, Cas en de mensen van de GPS-overleggroep.